huiskamerconcerten van Maria Fernandes

Warm aanbevolen!

alfredo_marceneiroAls er ooit één fadista (Fado zanger) is geweest, die ongetwijfeld een stempel heeft gedrukt op de geschiedenis en de evolutie van de Fado, dan was het Alfredo (Rodrigues Duarte) Marceneiro wel.

Hij was meubelmaker en onder de naam Marceneiro (Portugees voor meubelmaker) werd hij bekend als zanger. Zijn lange carrière overspant vrijwel de gehele 20e eeuw en hij maakte bijna alle fasen van ontwikkeling mee die het genre zou doormaken, van buurtfeesten, naar de cafes, de Fado huizen, en uiteindelijk naar opgenomen albums. Enkele van de meest klassieke en geprezen composities van het genre zijn gemaakt door Marceneiro, ondanks dat hij geen geschoolde componist was, of zelfs met een muzikale opleiding genoten had.  

Alfredo Duarte was echt een meubelmaker, een beroep dat hij gedwongen was te leren op de leeftijd van 14 jaar, na de dood van zijn vader. Marceneiro werd geboren in Lissabon in 1892. Als zoon van een schoenmaker, had hij een zekere aantrekkingskracht tot ambachtelijke werkzaamheden en hij vond het leuk om te leren over muziek, een eigenschap die hij erfde van zijn moeder. Rond de eeuwwisseling was zijn stem al opgevallen tijdens een aantal carnavals, die op dat moment populair waren. Hij moest het gezin echter ondersteunen en dus werd hij leerling bij een boekbinder. Bij toeval was dit hetzelfde kantoor, waar collega fadista Júlio Janota werkte. Zijn keuze om een meubelmaker te worden kwam pas later, omdat hij besefte dat het werk van een boekbinder niet zou toestaan dat hij voldoende tijd over zou houden voor zijn passie. Namelijk het optreden bij de buurt feesten en verkennen van de muziek en van de Fado. In die dagen, wilde iedereen die een soort van bekwaamheid of passie had voor zingen, graag optreden bij de buurtfeesten. Het was hier dat Marceneiro begon om zich te onderscheiden, hoewel hij zelf vond dat hij geen goede stem had. In tegenstelling tot de professionele fadistas, die de luxe hadden dat er voor hen composities geschreven werden voor hun specifieke repertoire, moesten de amateurs het doen met verzen die gepubliceerd werden in de verschillende Fado tijdschriften die toen bestonden. Deze tijdschriften werden gemaakt door beroemde zangers als Carlos Harrington en componist Linhares Barbosa.

alfredo_marceneiro2Marceneiro werd aanvankelijk Alfredo Lulu genoemd vanwege zijn kleding keuze (hij zong namelijk met een strikje, in plaats van de traditionele stropdas, dat later zou worden vervangen door een zijden sjaal, die toen zijn handelsmerk werd). Pas in de jaren dertig kreeg Marceneiro artistieke erkenning, een tijd waarin zijn reputatie steeg in de wijken waar hij optrad. Hij beperkte zich niet langer tot de buurtfeesten of "Desgarradas" (niet voorbereidde 'freestyles'), maar was ook een graag geziene gast in de beroemde cafés, (waar hij later over zou zingen in één van zijn beste creaties). In één van de eerste Fado huizen, "O Catorze doen Rato" (De Rat 14), werd hij opgemerkt door dichter Manuel Soares, die sommige van zijn eerste teksten zou schrijven.

In 1924 ontving hij zijn eerste professionele contract en dat bracht hem naar "Chiado Terrasse" (zeer bekende bioscoop waar ook Fado werd gezongen). Ondanks het contract bestond zijn salaris uit niets meer dan een gratis diner. Dit was het gevolg van een traditie die ondermeer behelsde dat een fadista niet meer dan één of twee keer alfredo_marceneiro3per week mocht zingen, om zo niet hun collega's werk te ontnemen en dat ze alleen hun eigen repertoire zouden zingen en van niemand anders. Bijna alle de zangers in die tijd, hadden een gewone dagelijkse baan, want rechten en royalties bestonden niet. Een fadista kon daarom niet leven van het zingen. Daarom traden zij alleen in de avond op. Het was een tijd van ware liefde, waarin fadistas met passie zongen, niet denkend aan roem of geld. Het was de tijd van de "Desgarradas"en de "Cantares oa Desafio" (vaak niet voorbereidde uitdagingen) veroorzaakt door vriendelijke "oorlogen" tussen kunstenaars, die hun kwaliteiten en reputatie wilden verdedigen en benadrukken. Dit milieu veranderde uiteidenlijk door de opkomst van typische Fado huizen, die de muziek en Marceneiro populair maakten. Hij zou ook worden uitgenodigd om te zingen tijdens theater revue's, begin dertiger jaren.

Uit: “Lisboa no Guiness” by Victor Marceneiro